Ga direct naar inhoud

Geschiedenis Stichting Han Gerlach Studiefonds

De Stichting Han Gerlach Studiefonds is opgericht overeenkomstig de wilsbeschikking van een vroegere burgemeester van het dorp Koudekerke en diens vrouw. Henri Jacques Emile Gerlach van St.-Joosland (1855-1925) was van 1908 tot 1913 burgemeester van Koudekerke (Walcheren). Hij was getrouwd met Pieternella Francina Gerlach-Penny. 
Uit hun huwelijk is één kind geboren, de zoon Henri Jacques. De toevoeging 'van St.-Joosland' berust op het feit dat de heer Gerlach het ambachtsheerlijk recht (d.w.z. de titel) van de in 1631 bedijkte polder St.-Joosland in het zuidoosten van het eiland Walcheren had aangekocht. (De naam van deze polder komt ook voor in die van het aldaar gelegen dorp 'Nieuw- en St.-Joosland'.) Burgemeester Gerlach was zelf zoon van een predikant en zijn zoon Henri Jacques ging eveneens theologie studeren. Hij vertrok daarvoor in 1916 op 21-jarige leeftijd naar Utrecht, maar overleed na een jaar.

Burgemeester Gerlach was een vermogend man. Hij besloot samen met zijn vrouw om hun aanzienlijke vermogen na overlijden van de langstlevende echtgenoot, onder te brengen in een fonds ten behoeve van hervormde studenten theologie. Zo geschiedde bij het overlijden van mevrouw Gerlach-Penny in 1946. Reeds in haar testament van 1926 (dus na het overlijden van haar echtgenoot in 1925) is de basis voor de stichting vastgelegd. Het fonds werd genoemd naar hun overleden zoon met als roepnaam 'Han'.

De Stichting

In de oorspronkelijke statuten werd als doel van de stichting beschreven “begaafde jonge mensen, die zelf of, indien zij minderjarig zijn, wier ouders, voogden of verzorgers niet of niet genoegzaam in staat zijn de kosten van hun studie te dragen, door middel van beurzen in staat te stellen hun studie aan te vangen, voort te zetten en / of te voltooien”. 
Deze studie diende in principe aan een theologische faculteit in Nederland te worden verricht, bij voorkeur die aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Wanneer een begunstigde van het fonds van studierichting veranderde, kwam de ondersteuning door het fonds onmiddellijk te vervallen. De kandidaten dienden (belijdend) lid van de Nederlandse Hervormde Kerk te zijn en verklaren te geloven "in God den Vader en in Jezus Christus Zijnen enig geboren Zoon, enigen Verlosser der wereld en in den Heiligen Geest".
 

In de statuten werd een volgorde van prioriteiten voor de behandeling van aanvragen bij het fonds vastgelegd. 
Als eerste zou het kind van de Hervormde predikant van Koudekerke of van één van diens voorgangers in aanmerking komen, daarna kinderen van actuele of voormalige predikanten uit de Hervormde ring Vlissingen. In een volgende stap kwamen ook studenten voor ondersteuning in aanmerking, die “op Walcheren of in Nieuw en Sint Joosland zijn geboren” – niet meer noodzakelijk kinderen van predikanten, dus! Vervolgens studenten die in de provincie Zeeland geboren waren “en ten laatste (zij), die elders zijn geboren, gaande steeds kinderen van Hervormde predikanten vóór alle anderen”.